Het <object>-element plaatst een object op de pagina. Dit is een algemeen element dat voor verschillende doelen gebruikt kan worden.
De inhoud van het element bestaat uit alternatieve tekst voor het geval het object niet ondersteund wordt door de browser. Het element is transparant. Aan het begin van de inhoud mogen <param>-elementen worden ingevoegd om het object parameters mee te geven.
Voor specifieke toepassingen zijn er alternatieven:
- <audio> voor geluid;
- <embed> voor applicaties;
- <iframe> voor inline frames;
- <img> voor afbeeldingen;
- <video> voor video’s.
Of een van deze alternatieven gebruikt wordt of een <object>-element, is aan de auteur van de pagina. Het <object>-element heeft soms een betere mogelijkheid voor alternatieve inhoud. Daartegenover staat dat de specifiekere elementen meer mogelijkheden bieden voor die specifieke toepassing en soms beter ondersteund worden door browsers.
Indien in de inhoud andere alternatieve objecten zijn opgenomen, werden deze door Internet Explorer tot versie 7 incorrect samen met het normale object weergegeven. Het weergeven van afbeeldingen met het <object>-element zag er in Internet Explorer tot versie 8 erg slecht uit.
<object … > … </object>
data-attribuut
Het data-attribuut specificeert de locatie van het bestand dat moet worden weergegeven. De waarde heeft de vorm van een koppeling.
<object data="…" … > … </object>
form-attribuut
Zie de attributen m.b.t. formulieren voor de beschrijving van het form-attribuut.
height-attribuut
Het height-attribuut specificeert de hoogte van het object in pixels.
In HTML 4 en XHTML 1 was het ook mogelijk om een percentage van de beschikbare hoogte te geven.
<object height="…" … > … </object>
name-attribuut
Het name-attribuut heeft twee toepassingen, afhankelijk van het soort object:
- de naam waaronder de waarde van het element wordt verzonden in een formulier;
- de naam die in target-attributen van koppelingen gebruikt kan worden om een nieuw document in het frame-object te openen.
<object name="…" … > … </object>
type-attribuut
Het type-attribuut specificeert het MIME-type van het object. Dit attribuut bepaalt indien aanwezig welke plug-in wordt geladen, indien een plug-in nodig is.
Enkele voorbeelden zijn:
"image/png": een PNG-afbeelding;"image/gif": een GIF-afbeelding;"audio/ogg": een Ogg-geluid;"audio/mpeg": een MP3-geluid;"video/ogg": een Ogg-video;"video/mp4": een MP4-video;"video/webm": een WebM-video;"application/x-shockwave-flash": een Adobe Flash-applicatie;"application/x-silverlight-2": een Microsoft Silverlight-applicatie;"application/x-java-applet": een Java-applet;"text/html": een HTML-document;"application/xhtml+xml": een XHTML-document.
<object type="…" … > … </object>
typemustmatch-attribuut
Het booleaanse typemustmatch-attribuut geeft aan dat de plug-in niet geladen mag worden indien het type-attribuut niet blijkt te kloppen.
Dit kan worden ingezet als beveiligingsmaatregel om te zorgen dat alleen de bedoelde plug-in kan worden aangeroepen.
<object typemustmatch="typemustmatch" … > … </object>
usemap-attribuut
Het usemap-attribuut kan gebruikt worden indien het object een afbeelding is en werkt dan hetzelfde als het gelijknamige attribuut van het <img>-element.
<object usemap="…" … > … </object>
width-attribuut
Het width-attribuut specificeert de breedte van het object in pixels.
In HTML 4 en XHTML 1 was het ook mogelijk om een percentage van de beschikbare breedte te geven.
<object width="…" … > … </object>
Globale attributen
De globale attributen mogen op elk element worden toegepast. Dit zijn accesskey, class, contenteditable, contextmenu, data-…, dir, draggable, hidden, id, lang, spellcheck, style, tabindex en title.
Geschrapte attributen
De volgende attributen zijn niet meer toegestaan in (X)HTML5, maar waren wel toegestaan in HTML 4 en XHTML 1:
align-attribuut
Het align-attribuut gaf de uitlijning van het object aan. Mogelijke waarden waren "top", "middle", "bottom", "left" en "right".
Vervang dit attribuut één van de CSS-eigenschappen vertical-align en float.
<object align="…" … > … </object>
archive-attribuut
Het archive-attribuut werkte hetzelfde als het gelijknamige attribuut van het <applet>-element.
<object archive="…" … > … </object>
border-attribuut
Het border-attribuut werkte hetzelfde als het gelijknamige attribuut van het <img>-element.
De ondersteuning door browsers is vaak beperkt tot slechts enkele van de mogelijke typen objecten.
<object border="…" … > … </object>
classid-attribuut
Het classid-attribuut specificeerde de URL van het objectbestand. Het protocol van deze URL is "clsid:" voor ActiveX-objecten en "java:" voor Java-applets. Dit adres was relatief aan het codebase-attribuut, indien dit attribuut gebruikt was.
Vervang dit attribuut door het data-attribuut en het type-attribuut.
<object classid="…" … > … </object>
codebase-attribuut
Het codebase-attribuut specificeerde een basispad voor het data-attribuut, het classid-attribuut en het archive-attribuut. Het was dus de URL van een map. Dit attribuut kon gezien worden als een <base>-element voor het <object>-element.
<object codebase="…" … > … </object>
codetype-attribuut
Het codetype-attribuut gaf het MIME-type aan van code van het object. De standaardwaarde is de waarde van het type-attribuut.
<object codetype="…" … > … </object>
declare-attribuut
Het booleaanse declare-attribuut kon gebruikt worden om aan te geven dat het object niet direct geladen moet worden, maar dat een script het object later activeert.
<object declare="declare" … > … </object>
hspace-attribuut
Zie de attributen m.b.t. marges voor de beschrijving van het hspace-attribuut.
standby-attribuut
Het standby-attribuut specificeerde een tekst die getoond werd tijdens het laden van het object.
<object standby="…" … > … </object>
vspace-attribuut
Zie de attributen m.b.t. marges voor de beschrijving van het vspace-attribuut.